Informatie

De meeste informatie op deze site is uit eigen ervaringen en bevindingen. De foto’s zijn allemaal zelf gemaakt.

Hierbij heb ik hulp gekregen van Henkapie en Daniël, die de laatste jaren ook flink wat foto’s hebben geschoten.

De grafieken zijn van cyclingcols.com en climbfinder.com.

Wij horen graag als dingen onjuist zijn op onze website. Ook staan wij open voor tips en suggesties.

email: info@klimgeiten.nl

In de zuidelijke Alpen ligt wellicht de meest beruchte berg van Frankrijk, de Mont Ventoux met een top van 1910 meter.

Beoordeling :
Prima wegdek, indrukwekkend maanlandschap, prachtig uitzicht, mythische klim.
Land : Frankrijk
Regio : Provence - Alpes-Côte d'Azur
Departement : Vaucluse
Wegnummer : D164 (Sault), D974 (Bedoin, Malaucene)

De Mont Ventoux is een berg in departement Vaucluse in het zuiden van Frankrijk, gelegen op zo'n 20 kilometer ten noordoosten van Carpentras.

Het is de enige berg in de streek de Provence en wordt daarom ook wel de Reus van de Provence genoemd.

De naam van de berg is afgeleid van het Occitaanse woord ven dat berg betekent.
Doordat het veel en hard waait op de top van de berg door de mistral, wordt de naam vaak verkeerd uitgelegd als windberg.
Windsnelheden tot 300 km/u zijn geregistreerd.
Een andere verklaring van de naam dateert uit de 1e of 2e eeuw na Christus.
De Gallische naam laat zich reconstrueren als 'Ven-top(s)', hetgeen 'sneeuw-top' betekent.
In de 10e eeuw verschijnen de namen Mons Ventosus en Mons Ventorius.


Vanuit Bedoin:

Top : 1910 m
Lengte : 21.6 km
Hoogteverschil : 1602 m
Gemiddeld stijgingspercentage : 7.4 %
Maximale stijging : 11.6 %
Haarspeldbochten : 2
Bijzonderheden : Deze beklimming staat bekend als "de" beklimming van de Mont Ventoux. Betonnen paaltjes per km die hoogte aangeven en het gemiddelde stijgingspercentage.

Vanuit Malaucene:

Top : 1910 m
Lengte : 21 km
Hoogteverschil : 1535 m
Gemiddeld stijgingspercentage : 7.3 %
Maximale stijging : 14.2 %
Haarspeldbochten : 4
Bijzonderheden : De klim vanaf Malaucene is zeker zo lastig als die vanuit Bedoin. Het grote verschil is dat er soms wat herstelpunten zijn. Die zitten vrijwel niet in de klim vanuit Bedoin. Bordjes per km die hoogte aangeven.

Vanuit Sault:

Top : 1910 m
Lengte : 25.9 km
Hoogteverschil : 1215 m
Gemiddeld stijgingspercentage : 4.4 %
Maximale stijging : 11.5 %
Haarspeldbochten : 0
Bijzonderheden : De klim vanaf Sault is minder lastig dan de twee andere. Vanaf Chalet-Reynard is de beklimming precies hetzelfde als de klim vanaf Bedoin. Betonnen paaltjes per km die hoogte aangeven en de afstand tot de top.

Hier de hoogtepunten uit de Tour-geschiedenis van de klim, op chronologische volgorde.

  1. 1951

    De berg wordt voor de allereerste keer opgenomen in de Tour de France.
    De Fransman Lucien Lazarides komt als eerste boven op de top.

  2. 1955

    In de extreme hitte weigert de Zwitserse oud-Tourwinnaar Ferdi Kübler te luisteren naar waarschuwingen over de berg.
    Hij valt meerdere keren aan, maar stort volledig in.
    Hij fietst zigzaggend omhoog, raakt de weg kwijt en stopt na de rit uitgeput in een café om bier te drinken.
    Dezelfde avond stopt hij met wielrennen.

  3. 1958

    Voor het eerst ligt de finishlijn van een etappe écht op de kale top.
    De legendarische klimmer Charly Gaul uit Luxemburg wint hier een zware klimtijdrit.

  4. 1967

    Op 13 juli overlijdt de Britse wielrenner Tom Simpson op de flanken van de berg.
    Door een dodelijke mix van hitte, uitputting en amfetaminen zakt hij vlak voor de top in elkaar.
    Zijn laatste woorden zijn volgens de legende: "Put me back on my bike" (Zet me weer op mijn fiets).
    De Nederlandse renner Jan Janssen wint die dag de etappe.

  5. 1970

    De "Kannibaal" Eddy Merckx wint in de gele trui op de top.
    Hij gaat zo diep dat hij direct na de finish flauwvalt en aan het zuurstofmasker moet in de ambulance.

  6. 2000

    Lance Armstrong en Marco Pantani rijden samen weg van iedereen.
    Armstrong gunt de etappewinst op de streep aan Pantani.
    Later krijgt Armstrong hier spijt van en noemt hij de Italiaan in de media een "kleintje", wat het begin is van een felle ruzie.

  7. 2013

    In de honderdste Tour de France schiet de Brit Chris Froome met een bizar hoge trapfrequentie (zijn bekende "koffiemolentje") de berg op.
    Hij lost Alberto Contador en wint overtuigend op de top.

  8. 2016

    Door de enorme drukte van het publiek botst een tv-motor bovenop de renners. Chris Froome valt en zijn fiets breekt.
    Omdat de materiaalwagen vaststaat, besluit de geletruidrager hardlopend de berg op te rennen.
    De jury beslist later dat hij zijn tijd mag behouden. Thomas De Gendt wint de ingekorte etappe.

  9. 2021

    Voor het eerst moeten de renners in één etappe twee keer de Mont Ventoux over.
    De Belg Wout van Aert rijdt solo naar een van de mooiste overwinningen uit zijn carrière.
    Bauke Mollema wordt knap derde.

  10. 2025

    Tijdens de Tour van 2025 wint de Fransman Valentin Paret-Peintre de etappe.
    Maar het is Tadej Pogačar die de show steelt door de magische klimtijd van Marco Pantani (uit 1994) uit de boeken te rijden.
    Pogačar knalt in een recordtijd van 53 minuten en 47 seconden de berg op.

  11. 2026

    In 2026 reden de vrouwen voor de eerste keer de Mont Ventoux op tijdens de Tour de France Femmes.
    De Poolse renster Kasia Niewiadoma kwam als eerste boven.

Jaar : Eerste doorkomst : Land:
1951 Lucien Lazarides Frankrijk
1952 Jean Robic Frankrijk
1955 Louison Bobet Frankrijk
1958 Charly Gaul Luxemburg
1965 Raymond Poulidor Frankrijk
1967 Jan Janssen Nederland
1970 Eddy Merckx België
1971 Gonzalo Aja Spanje
1972 Bernard Thévenet Frankrijk
1987 Jean-François Bernard Frankrijk
1994 Eros Poli Italië
2000 Marco Pantani Italië
2002 Richard Virenque Frankrijk
2009 Juan Manuel Garate Spanje
2013 Chris Froome Verenigd Koninkrijk
2016 Thomas De Gendt België
2021 Wout van Aert België
2021 Julian Alaphilippe Frankrijk
2025 Valentin Paret-Peintre Frankrijk
2026 Kasia Niewiadoma Polen

De recordtijd voor de klim vanaf Bedoin stond lang op naam van de Spanjaard Iban Mayo.
Hij realiseerde in het jaar 2004 tijdens de Dauphiné Libéré een beklimming in 55 minuten en 51 seconden.
De Spanjaard verbrak daarmee het vijf jaar oude record van Jonathan Vaughters met 59 seconden.
Daarvoor was het record met 1:02:09 uur al 41 jaar lang in handen van Charly Gaul.

In de Tour de France van 2025 ging de recordtijd naar de Sloveen Tadej Pogačar en die zette de tijd op 53 minuten en 47 seconden, mede door het harde werk van Visma | Lease a Bike.
De etappe werd echter gewonnen door de Fransman Valentin Paret-Peintre.

Een kilometer onder de top van de Mont Ventoux (vanaf Bedoin, Sault) staat een gedenkteken ter nagedachtenis van de Engelsman Tom Simpson.
Simpson overleed op 13 juli 1967 door een hartstilstand op de flanken van de Mont Ventoux.
Vermoedelijk is de doodsoorzaak een combinatie van hitte, uitputting, gebruik van amfetamine en een ongelooflijk doorzettingsvermogen.

In 1969 werd het monument geplaatst.

Vanuit Bedoin:

Vanuit Malaucene:

22 juni 2014

Vandaag de alom beruchte Mont Ventoux.
Voor mij geen onbekende, maar met een temperatuur van 35 graden is het wel een andere ervaring.
We gaan via Bedoin en dat is zo'n 15 km van Carpentras.
Het is redelijk druk op de klim en ik spreek veel Hollanders.
Het is prachtig om te zien wat hier naar boven komt. Fiets met karretje, man van 77, dikke en hele dunne mensen, Belgen, Duitsers, en noem maar op.
Sommigen staan met kramp langs de weg.
Wij komen alle 8 boven, de ene met meer moeite dan de andere.




8 september 2008

Wat ooit begon als een grap gaat vandaag echt gebeuren.
Lubbert, Henkapie en ik gaan de Mont Ventoux van drie kanten beklimmen.
We doen de volgorde Malaucène, Bédoin en Sault.

Het is zeven uur geweest als we onder een dun zonnetje op de fiets richting Malaucène rijden.
Bertus gaat vandaag als ploegleider, soigneur en geestelijk ondersteuner mee in de auto.
Wat we toen nog niet konden vermoeden blijkt dat later van onschatbare waarde te zijn.

Om 7:45 beginnen we aan de klim vanuit Malaucène.
Het is een fraaie doch lastige klim. Alles verloopt volgens wens en plan.
Zo'n 4 km onder de top komen we in de wolken en is het erg mistig. Ik zie geen hand voor ogen en voor ik het weet sta ik op de top.
Boven is het koud en mistig en het waait verschrikkelijk (windkracht 8 à 9).
Als ook Henkapie en Lubbert boven zijn moeten we van Bertus instappen.
Afdalen is niet verantwoord onder deze omstandigheden en hij brengt ons naar Bédoin.

In Bédoin is het echter prachtig weer en tientallen fietsers rijden naar boven.
Ook wij beginnen dapper aan de klim.
Het gaat makkelijker dan ik dacht en het gevreesde bos, met stukken boven de 10% en geen mogelijkheid tot herstel, valt reuze mee.
Halverwege begint het zachtjes te regenen wat zeer verkoelend werkt.
De regen gaat echter over in plensbuien en bij Chalet Reynard ben ik al aardig doorweekt.
Bertus staat te zwaaien met bananen, maar ik besluit meteen door te rijden.
De regen is intussen veranderd in hagelstenen. Wat een narigheid.
In een fatsoenlijke tijd van 1 uur en 50 minuten bereik ik de top. Het is er werkelijk hondenweer.
Koud en rillend stap ik in de auto bij Bertus, die de verwarming op meer dan verschrikkelijk heeft staan.
Ook Henkapie en Lubbert komen boven en duiken snel in de auto.
Bertus wil nog steeds niet dat we in dit weer gaan afdalen en brengt ons naar Sault.

Het regent pijpestelen en we zien het eigenlijk niet meer zitten om een derde keer naar boven te gaan.
Dit verandert vrij snel na een heerlijk bord spaghetti.
Het is even droog en we besluiten om de 26 km naar boven te doen.
Het is precies 5 km droog, waarna het met bakken uit de lucht komt.
Lubbert raakt in de problemen en heeft serieus pijn aan de rechterheup. Ik praat hem moed in en lieg voortdurend over de afstand.
Met pijn en moeite bereiken we de streep.
We zijn ontzettend blij als we de auto met Bertus en Jacq (Corrie Vos) zien staan.
Het is volbracht. We zijn vandaag toegetreden tot het illustere gilde van de Malloten van de Mont Ventoux.

Je moet inderdaad volstrekt idioot zijn om dit te doen. Zeker onder deze omstandigheden.
Wel is het een zeer voldaan gevoel om dit een keer te kunnen doen.
Volgende keer ga ik voor 4 keer?




juni 2001

Op de streep, net na de fontein, in Bedoin druk ik mijn tellertje op nul. De klim van 21 kilometer naar de top van de Mont Ventoux vanaf de zuidkant is begonnen. Volgens alle wielerkenners is dit de zwaarste kant van de berg, die er eigenlijk helemaal niet gevaarlijk uitziet. Ik heb al wekenlang het profiel bestudeerd en denk elke kilometer en elk stijgingspercentage in mijn hoofd te hebben opgeslagen. Dat dit totaal geen zin heeft zou mij spoedig duidelijk worden.

De eerste paar kilometers zijn niet steil en ik zet meteen de vaart erin. Kenners hebben mij verteld dat een tijd van 1 uur 45 minuten een mooie tijd is voor deze klim, net zoals een tijd van onder het uur een streeftijd is voor de "Alpe d'Huez". De benen voelen goed en ik passeer al vlot enkele opvallende renners. Veel oudere mannen met baarden en snorren en een enkele dame die ik kort groet met "Bonjour". Ze antwoordt in het Duits dat het "gut geht". Ik ben optimistisch gestemd en ik drink nog snel wat forse slokken. Op de weg staat van alles geschreven; namen van renners en toeristen en een grappige "Mart Smeets, lul!". Ik kom in het dorp St. Esteve waar de weg scherp naar links draait en meteen weer naar rechts. Het spel gaat beginnen en ik begin op de "23" te rouleren. Het gaat best lekker, maar desondanks heb ik een angstig voorgevoel. Al die verhalen over de Ventoux van de doktoren en alle andere "kenners" had ik nooit serieus genomen. Ik had immers al vele zware cols beklommen en dit kon toch niet zwaarder zijn. De weg loopt steil omhoog, maar je ziet het er niet. Ik begin het aanzienlijk moeilijker te krijgen en moet zo nu en dan gaan staan om alles een beetje op te rekken. Inmiddels zit ik op de "26" en het rouleren begint op harken te lijken. Mijn rug begint pijn te doen van het duwen en ik besluit de "28" te gebruiken.

Nu heb ik niets meer om op terug te vallen en moet ik het er gewoon mee doen. Hier in het bos is het warm, akelig, gemeen en dodelijk. Ik haal een Belg in die er slecht uitziet. Dit geeft mij enigszins moed en ik rond een hairpin waar "Hans 3x" staat geschreven op het asfalt. Later in de week zou ik deze tekst pas begrijpen. De weg wordt minder steil en mijn teller geeft aan dat ik 16 kilometer heb gereden. Zo aanstonds moet het Chalet Reynard in zicht komen waar het laatste deel van de klim gaat beginnen, 6 open kilometers naar het weerstation op de top. Bij het passeren van het Chalet Reynard, een zeer grote lap asfalt waar je goed moet kijken welke baan je moet hebben, staat mijn teller exact op 1 uur en ik zie een goede tijd in het verschiet. Ik schakel wat tandjes zwaarder, draai de bocht om en voel een beetje wind. Het kan hier vreselijk waaien en dat kan je tijd behoorlijk negatief beïnvloeden. Ik kijk links naar beneden en zie een renner in een donkerblauw tenue naderen. Ik had alleen maar renners ingehaald en waar komt deze nou toch vandaan? Al snel komt hij langszij en het blijkt een Fransman te zijn. Dat zie je namelijk meteen aan het merk fiets, altijd een Frans merk, en het petje met de klep omhoog. Er kan geen groet vanaf van deze vrolijke Frans en ik bemerk dat hij geen helm bij zich heeft. Deze twee dingen werken als een rode lap en ik besluit in zijn wiel te gaan zitten. Als ik hem observeer zie ik een pezig type met geen grammetje vet en ben ik een beetje jaloers. Hij kijkt om en gaat versnellen. Meteen ga ik staan en in de achtervolging. Dit gaat zo door tot drie kilometer onder de top. Ik krijg hier echter een enorme ram en alles blokkeert. Ik voel kramp in mijn linkerbovenbeen en ik moet lossen. Kwaad dat ik ben op mezelf dat ik me weer heb laten opfokken schakel ik naar de "28" en probeer kalm te blijven. Nu moet ik de schade beperkt zien te houden en mijn hoofd erbij houden. Intussen passeer ik twee renners die naar boven wandelen op hun sokken.

Op een kilometer onder de top rijd ik langs het monument van Tom Simpson en voel ik eigenlijk helemaal niets bijzonders. Bij de beklimming van de "Izoard", een aantal jaren terug, had ik wel een apart gevoel bij het monument van Coppi en Bobet, maar nu is er geen vleugje emotie of opwinding te bekennen. Plotseling begint mijn tellertje te piepen en het blijkt dat mijn hartslag over het absolute maximum is gegaan. Ik zit nu werkelijk vreselijk verrot en hoop dat ik nog fietsend boven kan komen. Met inmiddels kramp in beide benen bereik ik uiteindelijk de top waar twee vreemde Nederlanders mij moeten opvangen en helpen afstappen. Met veel moeite weet ik nog net mijn teller stop te zetten en zie een tijd van 1 uur en 37 minuten staan. Het duurt een eeuwigheid voor ik weer enigszins op adem ben en weer een praatje kan maken met die toch wel aardige Nederlanders. Het was een afschuwelijke ervaring en wat hebben al die "kenners" gelijk gehad!

PS: de Fransman heb ik niet meer gezien en mijn maximale hartslag is nu 196.