Dit jaar ging debutant Lubbert mee naar de Franse Alpen met de ervaren rotten Edwin en John.
We hadden Eurocamp-tenten gereserveerd op onze bekende camping “A la Rencontre du Soleil” in
Bourg-d’Oisans en later in de week in Serre Chevalier.
Edwin was vorig jaar ook al mee geweest. Hij is eigenaar van het kleinste wielermuseum ter wereld.
Navraag leert dat het zijn toilet is die behangen is met tandwielen, foto’s, knipsels, enzovoort.
Edwin is journalist en was dat jaar volledig geobsedeerd door de rechtszaak van O.J. Simpson.
Hij kon er maar niet over uit en was maar bezig met de “te kleine” handschoentjes.
We kregen hem zelfs zo ver dat hij tijdens het eten zijn racehandschoentjes aantrok en niet meer uittrok.
Deze week stonden alle bekende cols op het programma.
We begonnen vanuit Bourg-d’Oisans met de beklimming van de Alpe d’Huez.
Het is verbazend hoe lastig deze berg eigenlijk is.
Ook Lubbert had de nodige moeite maar kwam desondanks tevreden boven.
Lubbert is een jongen die enorm kan afzien en een echte renner op de macht.
Deze eigenschappen kwamen hem goed van pas in de rest van de week.
Hij kreeg namelijk net als Edwin te maken met plotseling diarree. Erg lastig, maar er is een medicijn voor.
Probleem is hoe je dat bij de plaatselijke apotheek moet vragen in je beste Frans.
Met wat obscene handgebaren lukte het ons de nodige remmers te bemachtigen.
Intussen waren we al op de Col du Galibier geweest en het plan was om de Col de la Croix de Fer op te rijden.
Edwin had nog last van de maag en bleef achter. Lubbert en John gingen het proberen.
Halverwege de klim draaide Lubbert om. Hij was ziek en ging terug.
John reed naar de top en zag op de terugweg Lubbert uit een weiland komen.
Hij had daar een heleboel zitwerk gemaakt en er is sprake van een milieudelict.
Het tweede deel van de reis deden we vanuit Serre Chevalier, net buiten Briançon.
Eerste klim was de befaamde Col d’Izoard.
Boven begon het weer om te slaan en Edwin wilde zo snel mogelijk terug.
Lubbert en John wilden nog naar het monument van Coppi/Bobet en besloten het erop te wagen.
De foto’s werden geknipt en snel weer naar boven waar Edwin zenuwachtig stond te dribbelen.
Het weer bleef die dag mooi. Later zou dat anders worden.
De volgende dag wilden we via de Col de Montgenèvre over de grens naar Sestrière in Italië.
De grenspost deed moeilijk toen ik vroeg om een stempel in mijn paspoort.
Na vijftien minuten konden we eindelijk onze weg vervolgen naar het skioord Sestrière.
Toen we juist bij de tent waren barstte het noodweer los. Het zou niet meer droog worden.
We besloten een dag eerder naar huis terug te keren met zulke vooruitzichten.